Blog

09. 2-5-1 voor dummies.

Wat is toch dat 2-5-1 waar muzikanten het wel eens over hebben?


En wat moet/kun je ermee?
2-5-1, oftewel zoals vaak geschreven II-V-I, gaat over een specifieke akkoorden-combinatie die, zonder dat je het direkt in de gaten hebt, ontzettend vaak voorkomt in zowel de pop als de jazz. Hier kun je alvast eens luisteren naar een paar voorbeelden: 

       Mp3-voorbeeld

Ik zou dat theoretisch helemaal kunnen gaan uitleggen maar dat wordt weer een beetje ingewikkeld verhaal waar je toch wel een beetje kennis over akkoorden voor nodig hebt. En dat hebben de meeste niet dus ga ik het anders aanpakken.

Voor diegenen die toch 'n beetje theorie-uitleg willen:
OK dan, toch even een korte uitleg over het ‘verschijnsel’ 2-5-1. Daarvoor is het nodig om iets van akkoorden te weten.   

Ik leg het uit in de toonsoort C; met toonladder c-d-e-f-g-a-b-c

Akkoorden zijn meerklanken die aangegeven worden met symbolen; bijvoorbeeld C7, G7, Dm7 etc. Je ziet ze wel eens boven/onder een melodie staan.

Let op: een hoofdletter staat voor een akkoord, een kleine letter voor een noot.

Hoe zijn de akkoorden opgebouwd?

Even de toonladder uitschrijven: c-d-e-f-g-a-b-c
                                                            1-2-3-4-5-6-7-8

C          =  c e  g             bestaat uit de 1e 3e en 5e noot

C7        =  c e  g bes       hetzelfde plus de b7 (verlaagde 7e)

Cm7     =  c es g bes      zelfde als C7 maar nu de 3e noot verlaagd.

Cmaj7   =  c e g b           bestaat dus uit de 1e, 3e, 5e en 7e noot; komt niet zo vaak voor.

Dit zijn veruit de meest voorkomende akkoord-symbolen; er zijn er nog veel meer maar die komen allemaal veel minder voor.



Dan komen we bij de trappen.

Een 1e trap (we schrijven dan I) is een akkoord op de eerste noot van de toonladder, in dit geval dus een C akkoord. Als je nu 1-3-5-7 uittelt heb de c-e-g-b dus Cmaj7

De 2e trap (we schrijven dan II) is het akkoord gebouwd op de 2e noot van de ladder dus D. Tellen we weer de 1-3-5-7 iot dan vinden we d-f-a-c en dat blijkt Dm7 te zijn (reken maar even, goeie oefening)

En zo heb je dus 7 verschillende trappen die we symboliseren met romijnse cijfers; I, II, III, IV, V, VI en VII.



II-V-I (2-5-1) in C staat voor de akkoorden:

      Dm7 – G7 –Cmaj7



Rekenen we uit wat dat bijvoorbeeld in G zou worden:



II-V-I (2-5-1) in G staat voor de akkoorden:

      Am7 – D7 –Gmaj7





Nou komen we bij de clou:

Als je deze 3 akkoorden in die volgorde achter elkaar speelt voel je bijna als vanzelf dat dat laatste akkoord een logisch gevolg is van die eerste twee. Dus als je na dat 2e akkoord, die V (5e trap) stopt, voel je eigenlijk al aan waar het naar toe zal gaan.

Luister naar dit voorbeeld: Mp3-voorbeeld



Deze akkoorden sequence (volgorde) nu wordt nu ontzettend vaak gebruikt in alle stijlen muziek. En dat zonder dat je het direkt als zodanig herkent; anders zou het gauw flauw worden.







Wat wel leuk is, is het improviseren over die 2-5-1 tjes. En dat zonder kennis, alleen een beetje beheersing van je instrument.



Wat we nu gaan doen is improviseren over net zo’n track als je zonet hebt kunnen beluisteren. En om dat gemakkelijker te maken doe ik zelf mee. We gaan om de beurt 4 maten spelen. Op deze track begin ik met de eerste 4 maten, dan jij 4 maten, dan ik weer, etc..

Je krijgt verder nog geen informatie dus hebt alleen maar je oren en gevoel waar je mee aan de slag gaat..



  1. Mp3-oefening 1
 

Dat viel best wel mee he?

Nou ga ik je een klein beetje informatie geven om het nog wat gemakkelijker te maken. Ik ga er voorlopig van uit dat jullie of een Bes-instrument (tenorsax, sopraansax, klarinet, trompet, trombone) of een Eb-instrument (altsax, baritonsax) bespelen.

 

Oefening 1 staat voor de Bes-instrumenten in G; je kunt hier gewoon (delen van) de toonladder van G over spelen.

 

Oefening 1 staat voor de Es-instrumenten in D; je kunt hier gewoon (delen van) de toonladder van D over spelen.

 

Zet de track dus nog een keer op en begin jouw 4 maten maar eens met die toonladder er ritmisch over te spelen. Je merkt dat alle noten er lekker over klinken.

Als dat (te) gemakkelijk wordt ga je er wat sprongetjes in maken, sla eens wat noten over, varieer ritmisch met langere en kortere noten, begin op een andere noot dan de beginnoot.

En vooral: DENK NIET TE VEEL NA !

Voel hoe het bijna vanzelf kan gaan; en soms ook even niet, is niet erg.

 

 

 

 

 

 

 

Wat is het nut hiervan?

Belangrijk is dat je zojuist hebt gemerkt hoe relaxed improviseren kan gaan.

En daarbij komt ook nog dat wat je op deze manier ervaart en leert erg goed van pas komt als je over een muziekje van bijvoorbeeld een meespeel-CD wilt improviseren; je gaat dan steeds gemakkelijker met vertrouwen op je gevoel aan het spelen. Je gaat die akkoord-bewegingne steeds gemakkelijker aanvoelen. En dat zonder dat je eigenlijk weet hoe dat theoretisch nou eigenlijk in elkaar steekt.

 

 

 

 

Nog een voorbeeld; wel in de zelfde toonsoort maar met een ander ritme. Luister eerst maar eens:

Mp3-oefening 2

 

Ik speel weer mee; eerst speel ik weer 4 maten, dan jij 4 maten, dan ik weer etc.

De toonsoort is hetzelfde als bij oefening 1. En de aanwijzingen en tips kun je hier ook gebruien.

Veel plezier.
Tip: En hier moet dan nog een TIP komen :)